IJzer


Ook wel bekend als
serumijzer
Officiële naam
ijzer

Waarom deze test?

Om aandoeningen op te sporen die gepaard gaan met ijzergebrek (bloedarmoede) of te veel ijzer (ijzerstapelingsziekte = hemochromatose).

Welk materiaal?

Bloed

Wat wordt er getest?

De test meet de hoeveelheid ijzer in bloedserum (of plasma). IJzer is een belangrijk element, onder andere voor de aanmaak van het hemoglobine. Hemoglobine is een eiwit waarmee rode bloedcellen zuurstof kunnen binden en transporteren. IJzer is ook nodig voor de werking van een aantal enzymen.

IJzer wordt opgenomen in de darm en direct gebonden aan het transporteiwit transferrine. Bij voorkeur wordt de afname 's ochtends voor het ontbijt uitgevoerd omdat ijzerrijke voeding (b.v. appelstroop of spinazie) een tijdelijke verhoging van het ijzer geeft. Het grootste deel van het lichaamsijzer zit in hemoglobine in de rode bloedcellen. Het lichaam bewaart een ijzervoorraad in de cellen van de lever. Daar wordt het veilig opgeslagen in een eiwit genaamd ferritine.

IJzer wordt bij voorkeur gemeten samen met de totale ijzerbindingscapaciteit (TIJBC), tegenwoordig vooral met het gehalte aan transferrine. Uit de gemeten hoeveelheid ijzer in serum en de transferrine concentratie wordt berekend voor hoeveel procent het transferrine met ijzer verzadigd is. Dit noemen we de transferrineverzadiging. Gewoonlijk ligt deze tussen de 20% en 45%. Aan de hand van de transferrineverzadiging kan worden vastgesteld of er sprake is van ijzertekort (door b.v. chronisch bloedverlies, slechte voeding of darmwerking) of dat er sprake is van ijzerstapeling (hemochromatose), een aandoening waarbij teveel ijzer in het lichaam wordt opgeslagen.

Hoe wordt het materiaal verkregen?

Een buisje bloed wordt afgenomen uit een ader aan de binnenkant van de arm, meestal in de plooi van de elleboog.

Wanneer wordt deze test gedaan?

IJzer wordt bepaald omdat een ijzertekort de meest voorkomende oorzaak van bloedarmoede is of om na te gaan of er sprake is van ijzerstapelingsziekte.

Bij patiënten met een bloedarmoede kan hiermee worden vastgesteld of de aandoening wordt veroorzaakt door een gebrek aan ijzer in het bloed. Vaak wordt dan ook het ferritine bepaald, de concentratie is dan meestal lager dan 20 microgram/l.

Bij patiënten met klachten van ijzerstapeling (o.a. vermoeidheid, gewrichtsklachten, suikerziekte) kan worden vastgesteld of er sprake is van de erfelijke vorm van ijzerstapeling (hemochromatose). Daarbij is ook de ferritineconcentratie belangrijk om de ernst van de ijzerstapeling in kaart te brengen. Deze is dan vaak hoger dan 500 microgram/l bij een transferrineverzadiging beduidend boven de 50%.

Wat betekent de uitslag?

Normaal: bij gezonde personen is de gemiddelde ijzer concentratie ongeveer 20 µmol/l en de transferrrineverzadiging 20-45%. De ferritine concentratie is tussen 20 en 200 microgram/l.

Verhoogd: ijzer is dan (veel) hoger dan 20 µmol/l en de transferrineverzadiging hoger dan 50%. In dat geval kan er sprake zijn van ijzerstapeling, een ziekte waarbij het lichaam constant te veel ijzer opneemt uit het voedsel in de darm omdat de darmcellen 'denken' dat het lichaam te weinig ijzer heeft. Ferritine is dan meestal ook sterk verhoogd (boven de 500 microgram/L).

Verhoging kan ook voorkomen bij patiënten die net begonnen zijn met het slikken van ijzertabletten.

Verlaagd: Dit komt veel voor. Bij de menstruatie kunnen vrouwen bijvoorbeeld "te veel" bloed verliezen waardoor ijzergebrek ontstaat, en dat kan leiden tot bloedarmoede (anemie). Deze vorm van bloedarmoede heet ijzergebreksanemie. In dat geval is de transferrineverzadiging vaak lager dan 10%. Ferritine is dan meestal onder de 20 microgram/l.

Nog vragen?

De informatie over deze test komt van deskundigen uit het ziekenhuislaboratorium. Daar worden dagelijks vele honderden testen uitgevoerd. Laboratoriumspecialisten zorgen er voor dat dit op een veilige en juiste manier gebeurt. Zij adviseren de dokter bij afwijkende uitslagen en ingewikkelde problemen.


Heeft u naar aanleiding van deze informatie nog een vraag?
Stel deze dan aan een klinisch chemicus.

Heeft u als KC naar aanleiding van deze informatie nog een aanvulling?
Geef deze dan door aan de webredactie.